Dirk van der Wulp
Dekanoloog nr 22, september 2003

 

Ik zie het allemaal even niet meer zitten,
school, thuis, eigenlijk alles.

Een leerling komt binnen en opeens gaat het niet over het ‘concentratieprobleem’ waarvoor hij naar mij gestuurd was en wel over hoe hij “helemaal niet lekker in zijn vel” zit. Wat kun je voor ze doen in de beperkte tijd die je als counselor hebt?

 

Sinds enige jaren gebruik ik de gespreksmethodieken uit de Oplossingsgerichte Korte Counseling om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk hulp te kunnen bieden. Een voorbeeld:

Leo moest nog niet zo lang geleden examen doen bij ons op school, maar het ging niet helemaal lekker. Hij had last van concentratieproblemen zowel bij het huiswerk thuis als op school en kwam daarom voor een gesprek bij mij langs. Al snel zei hij dingen als: “Ik zie het allemaal even niet meer zitten, school, thuis, eigenlijk alles”. Zijn mentor had hem gestuurd en mij erbij verteld dat hij zich niet kon concentreren en dat hij vorig jaar gezakt was en nu de zenuwen had voor het examen.

 

In de oplossingsgerichte counseling is het de bedoeling om zo weinig mogelijk te blijven hangen in het probleem en zo snel mogelijk over te stappen naar het zoeken van oplossingen. Daarbij is het van het grootste belang dat het met name ook passende oplossingen zijn in de ogen van de leerling, waardoor het ook door de leerling geaccepteerde oplossingen kunnen worden. Dat maakt de kans op toepassing door de leerling maximaal en dus de kans op succes groot.

 

Na de eerste paar minuten had ik van Leo al vernomen dat hij zich inderdaad niet kon concentreren, dat hij zich dan regelmatig afvroeg “wat als ik zak, dan heb ik geen nieuwe kans meer, vorig jaar ben ik ook gezakt?”, dat hij dan zijn hart in de keel voelde bonzen, heel emotioneel werd en zich ‘niet happy’ voelde.

 

Op zo’n moment in het gesprek heb je een keuze tussen minstens 2 richtingen om verder te gaan. Je kunt verder blijven zoeken naar de oorzaken uit het verleden en daar allerlei vragen over stellen of je maakt een overgang naar vragen die de leerling stimuleren om op de toekomst gericht zijn eigen oplossingen te gaan genereren. In de oplossingsgerichte korte counseling is op dat punt een veelgebruikte vraag: “Wat moet er door onze gesprekken gebeuren om te maken dat het gesprek voor jou nuttig is geweest als je er straks op terug kijkt?” Meestal zie je de leerling even diep in gedachten wegzakken, vaak melden ze dat het een moeilijke vraag is, en dan toch – als je hen de tijd gunt - komt er gewoonlijk een antwoord dat automatisch positief toekomstgericht is.

 

In het geval van Leo was dat dat hij tips wilde voor het opbouwen van meer zelfvertrouwen en dat hij een planning zou moeten gaan maken “en je eraan houden!!!”. Tot nu toe was hij altijd overgegaan zonder veel te leren, dus een planning had hij nooit gemist, maar vorig jaar was dat dus misgegaan.

Vanuit het principe: “de leerling zelf kent zijn eigen leven het beste, dus kan de leerling zelf het beste beoordelen wat het belangrijkste is” stel je dan als volgende vraag: “Wat van die nuttige dingen is volgens jou het nuttigst om nu eerst te bespreken?” Daarmee motiveer je de leerling voor het gesprek, want het gaat over dat wat hij/zij belangrijk vindt. Doordat de leerling kiest is de kans op succes en een korter begeleidingstraject groter dan wanneer je als begeleider bedenkt wat het belangrijkst is.

 

Leo koos voor “Een planning maken (maar dat doe ik thuis zelf wel) en nú spreken over “Hoe houd ik me aan mijn planning? “. Doordat we heel concreet spraken over mogelijke oplossingen voor het probleem werd de hoop op succes groter, de stemming allengs positiever, Leo opgewekter en het gevoel van begrip en vertrouwen in elkaar groter.

 

Aan Leo stelde ik vervolgens de vraag: “Hoe ga je dat doen: Je eraan houden?” Wat kan je helpen om te zorgen dat je je er inderdaad aan gaat houden?”

In het gesprek dat op een dergelijke vraag volgt, zorg ik er zorgvuldig voor dat ikzelf hooguit met voorzichtige suggesties kom en absoluut niets opleg of  verplicht aan de leerling. Daarmee zorg je dat de bedachte oplossingen ook echt ‘van de leerling’ worden.

Leo bedacht de volgende activiteiten

Door het gesprek was hem ook duidelijk geworden dat hij wel erg veel werkte, maar dan niet voor school en wel voor zakgeld en dat hij dat dus maar eens moest minderen.

Tot slot van het gesprek vatten we de zelfgekozen ‘opdrachten’ voor de komende periode samen:

Zo kun je zelfs in een gesprek van 50 minuten een leerling met sociaal-emotionele problematiek toch al heel goed op het spoor van bruikbare oplossingen zetten.

Ik heb Leo daarna nog een keer gesproken over ditzelfde onderwerp. Het tweede gesprek begon met de standaardvraag: “Wat deed je goed de afgelopen tijd?”. Dit vanuit het principe: “dat  wat werkt daar moet je vooral meer van doen”. En beloning werkt ook hier beter dan straf. En er ging veel goed:

Applaus! Ga zo door!

Op de vraag wat er eventueel nog beter zou kunnen, kwamen we op de ruzies thuis over het huiswerk. Als gevolg van het gesprek besloot Leo om zijn moeder meer inzicht te geven in zijn planning, zodat moeder ook zou zien dat er nu echt hard gewerkt werd. Verder moest ook de planning reëler gemaakt worden, anders ontmoedigt het alleen maar. Ook ging hij een kaartje maken met daarop de tekst: “Als alles af is ben ik relaxter” zodat hij voortdurend de reden van het harde werken voor ogen had, waardoor de motivatie hoog genoeg blijft.

Tot slot spraken we af dat hij mij elke maandag een email zou sturen met daarin een verslagje van de week m.b.t. het zich wel of niet aan de planning houden. Dit ter ondersteuning van het ‘je houden aan je planning’. Hierna was geen verdere hulp ten aanzien van concentratie of examenangst meer nodig. Wel heb ik hem vervolgens nog met een enkel gesprek verder begeleid bij het ontwikkelen van meer zelfvertrouwen in privé-zaken die hem ook erg dwars zaten.

Uiteindelijk is Leo met prima cijfers geslaagd, vooral omdat hij uiteindelijk voor zichzelf had besloten om zijn manier van werken en zijn manier van denken over het examen aan te passen.

Deze manier van oplossingsgericht werken pas ik toe bij 12-jarige brugklassers van het JPT tot en met 50-jarige burnout-cliënten uit mijn privé-praktijk. Ook een email van een collega van me die ik enthousiast heb gemaakt voor deze manier van werken bevestigt dat de oplossingsgerichte korte counseling werkt voor veel verschillende typen leerlingen. Zij werkt als trajectbegeleidster op een ROC en schrijft: “…Ik kan je vertellen dat ik heel veel werk met deze benadering, het heeft me erg geholpen om aanknopingspunten te hebben voor de richting van een gesprek/begeleiding. Ook voor leerlingen werkt het heel vaak geweldig; het is een eye-opener voor ze, ze fleuren er van op en er is bij bijna alle leerlingen heel duidelijk vooruitgang te merken.”

 

Dit artikel is eerder verschenen in de Dekanoloog nr 22, 07, september 2003

 

Meer informatie is te krijgen via www.digischool.nl/llbeg/counsel/.