Myriam Schrover
Dirk van der Wulp
Tijdschrift voor leerlingbegeleiding 25, nummer 1, blz
13.
Sorry
dat ik weer mail!
Steun via internet. Een vertrouwensband met een
leerling opbouwen per e-mail. Modeverschijnsel of handig inspelen op een
geliefd communicatiemiddel bij jongeren? Zinnige aanvulling op het begeleiden
van leerlingen in de ‘analoge’ schoolpraktijk? Dirk van der Wulp en Myriam
Schrover zijn respectievelijk counselor en remedial teacher op De Digitale School.
Alle (vrijwillige) medewerkers aan deze virtuele school
voor basis- en voortgezet onderwijs zijn in het dagelijks leven docent of
leerlingbegeleider. De Digitale School heeft vaklokalen en een afdeling
leerlingbegeleiding waarin een counselor, decaan en remedial teacher actief
zijn. Er zijn ook vakcommunities waar docenten ervaringen en materialen kunnen
uitwisselen. Dirk en Myriam chatten u in dit tweeluikje bij over de
(on)mogelijkheden van digitale hulpverlening aan leerlingen.
De counselor
Vanaf voorjaar ‘96 beheer ik de counselorskamer op de
digitale school. Per dag bezoeken zo’n tien tot twintig websurfers deze
kamer. Per week vragen ongeveer vijf mensen mij advies of reageren op mijn
antwoord. Waarover schrijven zij? Over gebrek aan concentratie en motivatie,
verliefdheid op docenten, sombere gevoelens, faalangst, seksuele gerichtheid,
niet naar een leraar of counselor op school of elders durven stappen,
eetproblemen, seksueel misbruik, pesten enz.
Leerlingen kunnen ook met elkaar discussiëren op een
leerlingenforum (het prikbord). Voor leerlingbegeleiders in de breedste zin van
het woord is er de ‘begeleiders e-mailen begeleiders’-discussielijst. Op het
moment hebben 70 begeleiders zich daarvoor aangemeld.
In de counselorskamer is uitgebreide informatie aanwezig
over faalangstreductie waaronder tips voor ouders, docenten en de faalangstigen
zelf. Daarnaast is er een pagina met studie- en concentratietips voor
leerlingen.
Wat houdt leerlingen zoal bezig? Lees een stukje met me
mee.
‘Ik hoop dat u er iets van snapt ...’
“Hallo, ik ben Fieke, 15 jaar en zit in de vierde van het Gym. De reden
waarom ik schrijf is dat ik gewoon dit jaar blijf zitten of net overga als het
zo doorgaat. Ik heb ook absoluut geen zin meer in school en haal ook niet
bepaald geweldige cijfers. Ik doe er ook niets meer voor want als ik op mijn
kamer zit en huiswerk wil gaan maken dan ben ik gewoon vanzelf na vijf minuten
al met iets anders bezig. Dus ik kan me gewoon absoluut niet
concentreren. Ergens las ik iets over een balk van 0 tot 100, nou dan zit
ik nu bij 8 of zo. Ik hoop dat u er iets van snapt want het is nogal moeilijk
om dit zo op te schrijven.”
Geen directe vraag, wel de onuitgesproken
vraag: ‘hoe kan ik weer gemotiveerd raken?’
Ik vroeg haar eerst of mijn
‘motivatie-hypothese’ juist was. Ze schreef: “Ja, dat klopt, ik zou wel willen
dat ik me weer zou kunnen concentreren en ik zou ook wel willen dat ik zin had
om naar school te gaan of te leren.” Verder wilde ik meer helderheid krijgen
door het stellen van vragen uit mijn repertoire van ‘oplossingsgerichte
kortdurende counseling’. Hierbij geven leerlingen onder andere aan waar ze
staan op een schaal van 0 tot 100, waarbij 0 de ellendigste momenten uit de
probleemsituatie voorstelt en 100 de ideale, toekomstige situatie weergeeft. Ik
vroeg dus ook: “Wat maakt dat je nu toch op 8 zit en niet op 0?” Fieke: “Het verschil tussen 0 en
8 is dat als je bij 0 zit je helemaal niet meer naar school gaat, bij 8 ga je
meestal wel naar school en ga je geen rare dingen doen.”
Gelukkig, ze is nog niet acuut suïcidaal. Ik hoop dat er
een leerlingbegeleider op die school is en dat ik haar ertoe kan brengen die op
te zoeken.
‘Goede eerste stap’
Daniëlle stuurde mij onlangs een hele leuke ‘update’ van
zichzelf. Ik vroeg haar of en hoe het e-mailen
haar destijds geholpen heeft. Een gedeelte uit haar antwoord:
“ E-mail-correspondentie heeft denk ik vooral zin als
hulp in je omgeving zoeken nog te moeilijk is. Voor mij was het een goede
eerste stap. Ik denk niet dat ik het alleen met e-mailen gered had, maar het
kan wel als ondersteunende factor dienen. Als iemand bijvoorbeeld wel zo ver is
dat hij/zij in therapie gaat, is het soms best moeilijk en kom je in de rest
van de week ook nog vaak problemen tegen, of je weet niet meer precies hoe je
iets wat er gezegd is nou het beste kan gebruiken. Dan is het heel fijn om met
een buitenstaander daarover te praten, vrienden of ouders staan soms te
dichtbij.
Ik heb volgens mij echt iets gehad aan het mailen. Het
klinkt tegenstrijdig, omdat het daarna alleen maar slechter ging, maar ik heb
heel veel inzicht gekregen. Ik herinner me nog veel. Die schaal van 0 tot 100
gebruik ik heel veel, vooral als ik me rot voel en het er met m'n vriend over
heb. ‘Hoe hoog zit je?’ is een standaardvraag in onze gesprekken. En omdat ik
nogal negatief denk, moet ik voor elke 10 die ik van de 100 af zit, een reden
geven. Ook het wonder vond ik een goeie...”
‘Ik durf niet eens naar een vertrouwenspersoon
op school te gaan ...’
Voor lezers die denken dat ik als digicounselor een
wereldbaan heb met alleen plussen het volgende: “Dit is even schrikken.
Ik vind het altijd moeilijk als ik ermee geconfronteerd word. Soms vragen
mensen wel eens waar die littekens vandaan komen en dan moet ik ff slikken en
dan zeg ik altijd dat ik gevallen ben of zo. Het is op zich niet heel erg wat
ik op mijn arm heb zitten en meestal verdwijnen de littekens grotendeels wel.
Soms voel ik me heel slecht of gestresst en dan geeft het een soort rust om
mezelf pijn te doen (als ik het zo vertel klinkt het echt heel ziek). Meestal
komt het door school, als alles weer mis gaat.
Ik ben niet bij jeugdzorg langs geweest, dat durf ik
niet. Ik durf niet eens naar een vertrouwenspersoon op school te gaan. We
hebben er twee bij ons op school en die zijn allebei heel aardig. Ik heb wel
eens met ze gesproken over andere dingen, maar durfde daarna niet meer terug te
gaan om te vragen voor extra hulp omdat ik me depri voel.”
Later schrijft ze: “Ik stond er. Boven op een flat. Was
een lekker gevoel. Ik had er controle over. Ik wist het zeker. Opeens: zal ik
wel, zal ik niet. En nu zit ik weer thuis.”
Dat e-mailen belangrijk voor haar was verwoordde ze zo:
“U was de enige die me serieus nam en naar me luisterde.”
Opvallende constante in veel e-mails is het niet in
levenden lijve durven bezoeken van een begeleider. Soms ook het niet klikken
tussen de vraag van de leerling en de aanpak van de begeleider. Een jongen die
van school gestuurd dreigde te worden wegens wangedrag en onvoldoende
resultaten:
“Nou het gaat op het moment even helemaal mis. Ik had
verteld over die counselor op school, nou dat gaat dus even heel anders dan ik
had gehoopt. Hij heeft me thuis gebeld en het enige wat hij voor me doet is
ruimtes regelen waar ik kan leren na schooltijd, verder niets. Daar kan ik
niets mee. Ik word altijd heel nerveus als ik met leraren moet praten over
mezelf, dus ik durf niet tegen hem in te gaan. Ik ben het gewoon met hem eens,
ook al ben ik het er niet mee eens. Ik zou zo graag willen dat ik iemand kon
vertellen wat me al die jaren al dwarszit, maar het interesseert hem niet. En
nu weet ik helemaal niet meer waar ik het moet zoeken...”
Je moet als begeleider voortdurend zorgvuldig toetsen wat
de leerling écht van je wil. Mijn eerste vraag zowel in de echte als in de
virtuele wereld is dan ook meestal: wat moet er besproken worden/gebeuren om te
zorgen dat dit gesprek/deze begeleiding voor jou nuttig is? Dat levert vaak
uiterst zinnige antwoorden op.
De remedial teacher
Sinds een jaar ben ik remedial teacher op De Digitale
School. In mijn lokaal staan informatieve teksten, in eerste instantie gericht
op jongeren. Leerlingen kunnen terecht voor achtergrondinformatie en adviezen
over dyslexie, problemen met vreemde talen, ADHD, huiswerk- en
studiebegeleiding en eetstoornissen. Binnenkort komt daar het thema
hoogbegaafdheid bij. Niet alleen ‘pure’ remedial teaching thema’s dus. Ik
ben orthopedagoog en wil ook die kennis en ervaring gebruiken. Ik richt me
speciaal op de leerlingen zelf omdat de meeste boeken over leerproblemen
geschreven zijn voor hulpverleners, docenten en ouders. Leerlingen en
begeleiders kunnen mij per e-mail persoonlijke vragen stellen. Tot mijn grote
verbazing kreeg ik in het begin voortdurend hulpvragen van docenten en remedial
teachers uit basis- en voortgezet onderwijs en van wanhopige ouders. Het
laatste halfjaar weten ook steeds meer leerlingen het lokaal te vinden. Sommige
contacten zijn eenmalig. Met enkele leerlingen loopt inmiddels een langdurig en
intensief begeleidingstraject. Het lokaal heeft gemiddeld twintig bezoekers per
dag en drie à vier vragen per week. De vragen in mijn postboxje zijn zeer
divers. Logt u even in?
‘Verdrietig’
“Ik ben de moeder van Jelte. Mijn zoon is erg verdrietig
want hij kan het rekenen niet bijbenen. Zijn leerkracht heeft het opgegeven.
Heeft u een tip hoe hij beter kan leren rekenen?” De anonimiteit van internet
nodigt veel ouders uit hun beklag te doen over de, in hun ogen, falende
begeleiding op school. Doorvragen leert dat ze zelf eigenlijk best weten wat ze
zouden moeten doen maar graag een objectief steuntje in de rug hebben.
Voorzichtig het contact met de leerkracht herstellen gaf in dit geval meer resultaat
dan duizend rekentips. Moeder had mijn antwoord uitgeprint voor de juf, die
niet wist dat de ouders het zó zagen en daarna met plezier extra aandacht aan
Jelte gaf.
‘Dringend’
“Hallo, ik ben Bart uit 2 Atheneum! Ik zit hier met mijn
proefwerk natuurkunde over decibellen. Mijn berekening komt helemaal niet uit
(volgt een ingewikkelde som van zestien regels). Ik wil meteen antwoord, want
morgen is het proefwerk.” Dit mailtje kwam om elf uur ’s avonds binnen. Zou
deze snelle jongen denken dat er voortdurend een alles wetend rt’ertje in het
lokaal zit? Of is hij onmiddellijke behoeftebevrediging gewend? De snackbar is
’s avonds tenslotte ook open. Hoelang heeft hij inmiddels al op internet
rondgedwaald met zijn decibellen? Ik zal nooit weten of hij mijn raad de stof
eens goed in zijn boek na te zoeken heeft opgevolgd.
‘Teksten’
“Ik zit in 5 VWO en heb nogal wat problemen met teksten
lezen. Nou heb ik Frans op het nippertje gehaald maar ik wil oefenen voor
volgend jaar met Duits. Heeft u nog tips? Groeten Kittie.”
Hè, gelukkig niet meteen een snelrecept voor morgen
gewenst! Dit is een kwestie van rustig een stappenplan voor teksten bij de
talen opzetten. Leuke teksten genoeg, die vind je ook op internet. Wat denk je
van een artikel uit een Duitse krant, Kittie? We zijn samen op weg gegaan en
het loopt prima.
Digitaal
Digitale begeleiding kan helpen de eerste drempel te
slechten. Als het van beide kanten klikt, ontwikkelt zich vaak een regelmatige
uitwisseling. Het spreekt leerlingen erg aan als je bij de adviezen ook nog
wijst op andere internetbronnen. Opvallend is dat het vrijblijvende karakter
van internet de jongeren zelf soms ook niet lekker zit: ’Sorry dat ik weer
mail, maar ik zit nog met iets!’ Het is verbazingwekkend hoe snel leerlingen
én volwassenen je een kijkje geven in hun thuis- en schoolsituatie. Daar blijkt
vaak meer hulp aanwezig dan ze aanvankelijk dachten of ze blijken meer moed te
hebben dan ze dachten om die hulp te vragen. Als het lukt, is het heel dankbaar
werk. Een modern medium als aanvulling of uitbreiding op de leerlingbegeleiding
op school. Soms loop je tegen je eigen grenzen en frustraties aan.
‘Life-contact’ is niet mogelijk, dat mis je met name bij ernstige problemen. Je
mag dan al heel blij zijn als je een eindje kunt meelopen op weg naar de
reguliere hulpverlening. Niets meer horen na een uitgebreid antwoord
blijft wennen. Was dit precies wat ze bedoelden, is de hulp niet bevallen, de
computer kapot? We zijn intussen wel goed geworden in het inschatten van wat er
eigenlijk achter een zeer summier gestelde vraag zit.
Docenten printen de achtergrondinformatie uit onze
lokalen vaak uit en geven die aan hun leerlingen of collega’s. De ervaring en
kennis van Dirk sluiten prima aan bij de achtergrond en opleiding van Myriam.
We hebben ieder onze eigen specialisaties, verwijzen leerlingen naar elkaar
door en plegen overleg in moeilijke situaties. Het werk voor de digischool
zouden we niet meer willen missen. Dat geldt hopelijk ook voor onze bezoekers.
De namen van de leerlingen zijn gefingeerd.
Dirk van der Wulp, counselor van
De Digitale School, docent biologie en freelance trainer in NLP en
Oplossingsgerichte Kortdurende Counseling.
Myriam Schrover, remedial
teacher/orthopedagoog van De Digitale School, voorheen docent Frans en
studieles.
Het adres van De Digitale School is: www.digischool.nl